Tagarchief: evenwaardigheid

Nepal

Op 28 april, 3 dagen na de aardbeving die o.m. Nepal trof schreef Luc Vogels op Facebook:

‘Dat Hazard en co zoveel kunnen verdienen, ligt aan de samenleving die dat toelaat. Net zoals die het toelaat dat anderen in waardeloze arbeidscontracten worden gedwongen, schrijft Matthias Somers. En het is die samenleving die aan beiden paal en perk kan stellen.’
Volgens Luc heeft hij gelijk.

Mijn reactie hierop was dat we dit alleen kunnen als we samen uit onze comfortzone durven stappen en solidariteit tonen. Het gesprek ging zo nog even door. Mijn oproep tot ‘het goede voorbeeld geven’ zette me aan om over te gaan tot actie.

Twee dagen voordien bracht Luc ook verslag uit over Shangri-La Home in Nepal, een opvanghuis voor straatkinderen. Het goede nieuws is dat de mensen uit het home ongedeerd zijn maar dat de ex-straatkinderen opnieuw straatkind zijn geworden.
Gezien de recente prevalentiecijfers over autisme is het erg waarschijnlijk dat er ook kinderen (en/of medewerkers) met autisme betrokken zijn. Die waarschijnlijkheid vergroot nog door wat antropologische en sociologische studies aangeven als mogelijke oorzaken om als kind op straat te belanden. Onze eerste impuls, zeker in een arm land als Nepal, is dit toe te schrijven aan de economische situatie. Maar er is meer. Het komt redelijk vaak voor dat kinderen ofwel zelf het gezin verlaten ofwel verstoten worden vanwege een moeilijke opvoedingssituatie. Daarbij kan je denken aan bijvoorbeeld een kind dat voor ouders moeilijk te hanteren is (huilbaby’s, moeilijke gedrag,…) en/of waarbij de ouders niet de achtergrond hebben om hiermee om te gaan.
Armoede legt dan nog eens extra druk op het gezin. Kinderen vertellen vaak over geslagen worden of strenge straffen te moeten ondergaan. Er is niet één aanwijsbare oorzaak, maar een complex samengaan van factoren dat er voor zorgt dat kinderen een opvoeding en een warm nest mislopen.

Zoals u kan zien op de vele nieuwsberichten is het in Kathmandu een totale chaos. Reddingswerkers op zoek naar mensen, bewoners die puin ruimen, ingestorte huizen, etc.

Voor iemand met autisme wil dit zeggen dat er geen enkele houvast meer is. Net zoals voor alle anderen daar, is de stabiliteit weggevallen maar voor diegenen met autisme is de impact toch net dat beetje groter. Hoe herken je als visueel denker nog waar je bent als je hele omgeving letterlijk is ingestort? Hoe ga ik om met die mensenmassa die kriskras door elkaar loopt en plots andere dingen doet dan ze eerst deed? Waar komt mijn volgende maaltijd vandaan? Wanneer komt die dan? Wat als je het niet zo op honden begrepen hebt – denk even aan de vele straathonden daar – en plots lopen daar allemaal mensen mét honden aan een touw rond? Waar is mijn favoriete voorwerp dat me troost biedt in de nacht of bij moeilijke momenten? Waar is mijn houvast?

Mensen lijken steeds iets in ruil te moeten krijgen alvorens ze in actie komen. De recente hype – ‘the social experiment’ waarbij het de mens enkel lijkt te deren dat ze hun T-shirt goedkoop hebben in plaats van dat de mensen die ze maken in goede omstandigheden kunnen werken en leven – bewijst dit eens te meer.

Mijn voorstel is daarom het volgende:
Onderaan deze blog vinden jullie het rekeningnummer waarop je kan overmaken voor Shangri-La Home. Diegenen die overmaken mogen me hun bewijs hiervan steeds mailen en in ruil daarvoor zet ik jouw naam op mijn site. Hoe guller de gift, hoe groter zichtbaarheid. Bedragen worden uiteraard niet vermeld, tenzij u dat expliciet aangeeft.

Wat levert dit op aan Shangri-La Home: werkingsgelden zodat ze opnieuw zekerheden kunnen geven aan de kinderen en het personeel en dat ook kinderen die het home verlieten kunnen gevonden worden. Wat levert dit op aan mij: extra werk, maar ook de voldoening dat ik kan bijdragen vanuit mijn basisprincipes over evenwaardigheid. Wat levert het op aan u: hopelijk dezelfde voldoening als de mijne en u bent zichtbaar als sociaal-meevoelend mens.

Ik dank jullie alvast voor de bijdragen op rekeningnummer BE86-0682-2248-1550 (België) of NL71 INGB 0006 6127 84 (Nederland) met als mededeling ‘aardbeving’.
Stortingsbewijzen kan u mailen aan aardbeving@wendylampen.be

Cogito ergo sum – ik denk, dus ik ben – René Descartes

Een van de meest gebezigde uitspraken als het over denken en zijn gaat. Ook een van de meest breed geïnterpreteerde, want net zoals in de foto die Henk Vegter plaatste, kan een losstaande uitspraak op vele manieren begrepen worden.

Dit soort uitspraken zet men soms intentioneel in om een punt te maken of om geen kant te hoeven kiezen maar ook vanwege het grappige effect. Voorbeelden van dit soort ‘redeneringen’, ook wel amfibolie genaamd, vinden we al terug in de Historiën van Griekse geschiedschrijver Herodotos (5de/6de eeuw v.C.). Zo haalt hij het verhaal aan van koning Croesus van Lydië die het Orakel van Delphi vraagt of hij ten strijde zal trekken tegen de Perzen. De Pythia (de priesteres) antwoordde: ‘Als je ten strijde trekt, zal je een groot rijk verwoesten.’
‘Ik ben niet anders, ik denk anders’ zou zo uit de mond van de Pythia kunnen komen. Maar het plezier van het denken over het waarom ervan laat ik met veel genoegen aan jullie.

Denken. Iets wat voor mensen zo vanzelfsprekend lijkt te zijn dat we er niet eens meer bij stil staan.
Ik denk, dus ik ben.’ De slotsom van het uitvoerige denkwerk van René Descartes. En voor velen in de huidige wetenschappen en psychologie geldt deze conclusie nog steeds.
Descartes vertrok vanuit de overtuiging van de meesten dat onze zintuigen ons zelden in de steek laten. We kunnen niet twijfelen aan onze percepties. We zien, ruiken of voelen toch immers wat we zien, ruiken of voelen. Maar hoe zit het dan met optische illusies? We denken namelijk twee verschillende lijnen te zien terwijl ze identiek zijn.

Misschien zijn mijn zintuiglijke ervaringen dan wel een soort van hallucinaties. En dit soort hallucinaties, zeg maar prikkels die binnenkomen en op een andere manier ervaren worden dan datgene waarvoor ze op het eerste gezicht bedoeld zijn, komen niet enkel voor bij mensen die men in de huidige psychiatrie classificeert onder bepaalde stoornissen. Ik denk daarbij aan bijvoorbeeld mensen met autisme, waarvan we op wetenschappelijke basis weten dat de verwerking van bijvoorbeeld verbale informatie omgezet wordt in visuele informatie (beelddenken) of mensen met synesthesie waarbij het zien of horen van een getal een bepaalde kleur kan oproepen of een aanraking een mandarijnsmaak geeft. Nee, het samenvallen van twee of meer prikkels gebeurt bij ca. 10 % van de bevolking.
Deze vermenging of zoals Descartes het zelf zegt, vermenging van droom en werkelijkheid, is voor hem genoeg reden om zijn ‘twijfelmachine’ open te trekken.

Voor hem is niet al onze kennis gebaseerd op zintuiglijke informatie. Sommige gedachten die we hebben lijken helemaal niets van doen te hebben met de werkelijkheid zoals we die waarnemen. Als voorbeeld gebruikt hij onder meer wiskundige kennis. We weten zeker dat de som van drie en zeven tien is en die zekerheid staat los van elke waarneming in de zintuigelijke wereld, want ook als ik in mijn dromen deze rekensom zou maken, zou 3 + 7 nog steeds 10 zijn.
Maar toch kunnen we volgens deze filosoof ook hieraan gaan twijfelen, want er is niets dat zegt dat die uitkomst meer is dan een afspraak die we met zijn allen maakten. En toch, zegt hij, is er iets waar we niet aan kunnen twijfelen. Dat is de twijfel zelf. Want ook al heb ik soms waangedachten, stoel ik mijn wiskundige kennis op de aanname dat het zo is dat die som juist is, ik kan niet twijfelen aan het feit dat ik op dat moment twijfel of iets echt is of niet, waar is of niet. Waar ik dus zeker van ben is dat ik twijfel en die twijfel speelt zich af in mijn denken. Dus als ik twijfel dan denk ik en bijgevolg als ik denk dat is het ‘echt’ (en besta ik).

Hoewel de reconstructie van het argument van Descartes zoals hierboven erg kort door de bocht is, leert het ons dat denken en ‘zijn’ – of noem het persoonlijkheid als je daar meer vrede mee hebt – met elkaar verbonden zijn. Daarnaast zouden we kunnen besluiten dat elk mens, op basis van zijn/haar, waarneming een ‘eigen denken’ of eigen interpretatie van de waarheid vormt. Tot dusverre volg ik hem wel.

Dat Descartes op zijn vele denktochten zich vaak vragen stelde en twijfelde is een grote verdienste voor ons hedendaags denken. Toch had hij wat mij betreft ook de vraag mogen stellen naar datgene wat alle mensen verbindt. Dat doet hij te weinig. Hij vertrekt vooral vanuit een ‘ik’ en niet vanuit een ‘wij’.
Denk even met me mee: u neemt de wereld waar op uw manier en ik – met een brein dat in uw classificaties nader omschreven wordt als ‘autismespectrumstoornis – neem de wereld waar op mijn manier. Elk hebben we onze eigen interpretatie en daarmee ook misschien wel onze eigen hallucinatie. Maar is de mijne dan beter dan de uwe? Want als het om individuen gaat, dan moeten we toch al die individuen vergelijken om dan tot een gemeenschappelijkheid, een overeenkomst, te komen?
Wat als zijn besluit nu algemener was geweest? ‘Er zijn gedachten.’ Dan zijn het de gedachten – het denken zo u wil – dat op zich bestaat en is het los van de individuele mens, maar verbindt het tegelijk alle mensen.

Ik ben niet anders, ik denk anders?’
Voor mij gaat deze alvast niet op. En voor u?

Om het dan maar even in Descartes om te zetten: ‘Ik denk anders, dus ik ben anders.’ En gelukkig maar, want ik wil geen kopie zijn van de eerste de beste die ik op straat voorbij loop. U wel? Maar wat mij en die passant met elkaar verbinden is dat we beiden mens zijn, beiden op een bepaalde manier denken én (ons daarvan) bewust-zijn.

En net zoals bewustzijn start bij de bereidwilligheid tot luisteren, zo ook start evenwaardigheid bij het aanvaarden van de verschillen.

Diversiteit

Maya Angelou staat vooral bekend als schrijfster en dichter. Bij ons kreeg ze bekendheid door haar prachtige gedicht ‘On the pulse of morning’ dat ze bracht op de inauguratie van Bill Clinton.

In prachtige woorden, afgewogen zinnen en een metrum dat de boodschap tot recht in het hart draagt,  zet ze thema’s als inclusie, verantwoordelijkheid van zowel gezagsdragers als die van de burger zelf neer in het belang van economische stabiliteit en daarmee ook voor de toekomst van de democratie.

Ik ben geen Maya Angelou. Mezelf met haar vergelijken zou getuigen van hoogmoed en pretentie. We zijn daarvoor te verschillend. Zij heeft talrijke onderscheidingen, boeken en titels op haar palmares. En terecht. Zo is zij zwart en ik ben wit. We hebben misschien ook wel een verschillende levensbeschouwing. Heel verschillend, maar op zich doet dat er niet toe. Verschillen maken de wereld rijker.

Ik kan me echter wel vereenzelvigen met haar. Met haar boodschap én met hoe haar visie op diversiteit niet enkel een ‘visie’ is, maar een onderdeel van haarzelf, een deel van haar identiteit. Ik heb slechts mijn woorden om mezelf uit te drukken. Mijn pleidooi voor een diverse samenleving en mijn boodschap voor evenwaardigheid komt, net zoals bij haar, vanuit mijn wordingsgeschiedenis, vanuit mijn biografisch verleden en is deel van mijn identiteit.
De passie die ik er inleg is evenzeer evenwaardig. Net zoals zij, ben ik ook een vrouw die vol overtuiging haar gedachtengoed wil delen in het belang van een evenwaardige toekomst voor iedereen. Diversiteit is het herkennen van de verschillen tussen mensen. Pas als we die zien zullen we de evenwaardigheid ook kunnen erkennen.

Ik spreek over evenwaardigheid, niet over gelijkwaardigheid. Hoewel beide begrippen misschien synoniemen lijken, zit er ook hier een klein verschil in. De Engelse term ‘Equality’ zet dit nuanceverschil treffender neer dan het begrip ‘gelijkwaardigheid’ zoals wij het  in het Nederlands, nu hanteren. We schijnen te vertrekken vanuit een ‘gelijkheid’ (hetzelfde zijn als) en dat is nu net wat ik wil vermijden. Geen twee mensen zijn gelijk. Want geef nu toe: wie wil er nu echt hetzelfde zijn als zijn medemens? We willen toch allemaal een beetje ‘uniek’ of authentiek zijn? Ieder mens is geboren met zijn eigen capaciteiten, zijn eigen vermogens maar ook met zijn eigen beperkingen. Al deze kwaliteiten maken deel uit van de ‘eigenheid’ van die ene persoon.

Stel nu dat je Maya’s vermogen om gedichten te schrijven zou wegnemen, dan neem je gelijk een stukje van haar persoon zelf weg.  Ze is dan niet meer onderscheidend van een ander en zal niet meer gewaardeerd worden om haar unieke kwaliteit. Je ontzegt haar zelfs haar manier van communiceren en ons het belang te leren van evenwaardigheid. Hetzelfde geldt voor beperkingen. Stel dat je van iemand zijn beperking om foutloos te schrijven zou wegnemen. Dan ontneem je niet alleen een stukje eigenheid van die persoon, je ontneemt eveneens de mogelijkheid dat hij – door zijn ‘beperkende’ eigenschap – in contact kan komen met iemand die deze capaciteit wel heeft. Je ontzegt deze mens zijn eigen wijze van communiceren en tegelijkertijd misschien wel het recht op dialoog en leren (en aanleren). Beide personen zijn wél evenwaardig. Hun verschillen brengen hen bij elkaar en maken beiden sterker.

De eenheid van vermogens en beperkingen, die aanwezig is in alle mensen, is precies dát  waar evenwaardigheid uit bestaat.