Tagarchief: diversiteit

Cogito ergo sum – ik denk, dus ik ben – René Descartes

Een van de meest gebezigde uitspraken als het over denken en zijn gaat. Ook een van de meest breed geïnterpreteerde, want net zoals in de foto die Henk Vegter plaatste, kan een losstaande uitspraak op vele manieren begrepen worden.

Dit soort uitspraken zet men soms intentioneel in om een punt te maken of om geen kant te hoeven kiezen maar ook vanwege het grappige effect. Voorbeelden van dit soort ‘redeneringen’, ook wel amfibolie genaamd, vinden we al terug in de Historiën van Griekse geschiedschrijver Herodotos (5de/6de eeuw v.C.). Zo haalt hij het verhaal aan van koning Croesus van Lydië die het Orakel van Delphi vraagt of hij ten strijde zal trekken tegen de Perzen. De Pythia (de priesteres) antwoordde: ‘Als je ten strijde trekt, zal je een groot rijk verwoesten.’
‘Ik ben niet anders, ik denk anders’ zou zo uit de mond van de Pythia kunnen komen. Maar het plezier van het denken over het waarom ervan laat ik met veel genoegen aan jullie.

Denken. Iets wat voor mensen zo vanzelfsprekend lijkt te zijn dat we er niet eens meer bij stil staan.
Ik denk, dus ik ben.’ De slotsom van het uitvoerige denkwerk van René Descartes. En voor velen in de huidige wetenschappen en psychologie geldt deze conclusie nog steeds.
Descartes vertrok vanuit de overtuiging van de meesten dat onze zintuigen ons zelden in de steek laten. We kunnen niet twijfelen aan onze percepties. We zien, ruiken of voelen toch immers wat we zien, ruiken of voelen. Maar hoe zit het dan met optische illusies? We denken namelijk twee verschillende lijnen te zien terwijl ze identiek zijn.

Misschien zijn mijn zintuiglijke ervaringen dan wel een soort van hallucinaties. En dit soort hallucinaties, zeg maar prikkels die binnenkomen en op een andere manier ervaren worden dan datgene waarvoor ze op het eerste gezicht bedoeld zijn, komen niet enkel voor bij mensen die men in de huidige psychiatrie classificeert onder bepaalde stoornissen. Ik denk daarbij aan bijvoorbeeld mensen met autisme, waarvan we op wetenschappelijke basis weten dat de verwerking van bijvoorbeeld verbale informatie omgezet wordt in visuele informatie (beelddenken) of mensen met synesthesie waarbij het zien of horen van een getal een bepaalde kleur kan oproepen of een aanraking een mandarijnsmaak geeft. Nee, het samenvallen van twee of meer prikkels gebeurt bij ca. 10 % van de bevolking.
Deze vermenging of zoals Descartes het zelf zegt, vermenging van droom en werkelijkheid, is voor hem genoeg reden om zijn ‘twijfelmachine’ open te trekken.

Voor hem is niet al onze kennis gebaseerd op zintuiglijke informatie. Sommige gedachten die we hebben lijken helemaal niets van doen te hebben met de werkelijkheid zoals we die waarnemen. Als voorbeeld gebruikt hij onder meer wiskundige kennis. We weten zeker dat de som van drie en zeven tien is en die zekerheid staat los van elke waarneming in de zintuigelijke wereld, want ook als ik in mijn dromen deze rekensom zou maken, zou 3 + 7 nog steeds 10 zijn.
Maar toch kunnen we volgens deze filosoof ook hieraan gaan twijfelen, want er is niets dat zegt dat die uitkomst meer is dan een afspraak die we met zijn allen maakten. En toch, zegt hij, is er iets waar we niet aan kunnen twijfelen. Dat is de twijfel zelf. Want ook al heb ik soms waangedachten, stoel ik mijn wiskundige kennis op de aanname dat het zo is dat die som juist is, ik kan niet twijfelen aan het feit dat ik op dat moment twijfel of iets echt is of niet, waar is of niet. Waar ik dus zeker van ben is dat ik twijfel en die twijfel speelt zich af in mijn denken. Dus als ik twijfel dan denk ik en bijgevolg als ik denk dat is het ‘echt’ (en besta ik).

Hoewel de reconstructie van het argument van Descartes zoals hierboven erg kort door de bocht is, leert het ons dat denken en ‘zijn’ – of noem het persoonlijkheid als je daar meer vrede mee hebt – met elkaar verbonden zijn. Daarnaast zouden we kunnen besluiten dat elk mens, op basis van zijn/haar, waarneming een ‘eigen denken’ of eigen interpretatie van de waarheid vormt. Tot dusverre volg ik hem wel.

Dat Descartes op zijn vele denktochten zich vaak vragen stelde en twijfelde is een grote verdienste voor ons hedendaags denken. Toch had hij wat mij betreft ook de vraag mogen stellen naar datgene wat alle mensen verbindt. Dat doet hij te weinig. Hij vertrekt vooral vanuit een ‘ik’ en niet vanuit een ‘wij’.
Denk even met me mee: u neemt de wereld waar op uw manier en ik – met een brein dat in uw classificaties nader omschreven wordt als ‘autismespectrumstoornis – neem de wereld waar op mijn manier. Elk hebben we onze eigen interpretatie en daarmee ook misschien wel onze eigen hallucinatie. Maar is de mijne dan beter dan de uwe? Want als het om individuen gaat, dan moeten we toch al die individuen vergelijken om dan tot een gemeenschappelijkheid, een overeenkomst, te komen?
Wat als zijn besluit nu algemener was geweest? ‘Er zijn gedachten.’ Dan zijn het de gedachten – het denken zo u wil – dat op zich bestaat en is het los van de individuele mens, maar verbindt het tegelijk alle mensen.

Ik ben niet anders, ik denk anders?’
Voor mij gaat deze alvast niet op. En voor u?

Om het dan maar even in Descartes om te zetten: ‘Ik denk anders, dus ik ben anders.’ En gelukkig maar, want ik wil geen kopie zijn van de eerste de beste die ik op straat voorbij loop. U wel? Maar wat mij en die passant met elkaar verbinden is dat we beiden mens zijn, beiden op een bepaalde manier denken én (ons daarvan) bewust-zijn.

En net zoals bewustzijn start bij de bereidwilligheid tot luisteren, zo ook start evenwaardigheid bij het aanvaarden van de verschillen.

De documentaire ‘Neurotypical’ toont diversiteit vanuit mensen met autisme

‘Neurotypical’ een nieuwe documentaire van Adam Larsen die autisme laat zien vanuit het standpunt van mensen met autisme zelf.
Larsen maakte al eerder korte films voor TEACCH (Chapel Hill, NC), een educatief programma van de Amerikaanse overheid voor autisme. Autisme is voor hem geen onbekend gegeven.

Naar eigen zeggen motiveerde zijn eigen weerstand tegen de dubbele standaard die de maatschappij hanteert ten overstaan van autisme, hem om deze film te maken nl. dat men op hardnekkige wijze autisme normaliseert ofwel om het extreme tot in het sensationele te trekken.
Adam Larsen wil een beeld geven van hoe rijk de mensheid is en met deze documentaire wil hij het concept ‘neurodiversiteit’ een plaats geven in de wereld.

De documentaire is te zien vanaf 30 juli tot 29 augustus op de website van POV (Documentaries with a point of view).

Vertrekken vanuit de narratieven van personen met autisme zelf is mijns inziens een van de betere vormen om een ruimer beeld te scheppen. Larsen maakt ook gebruik van de diversiteit bij de mensen met autisme zelf. Niet enkel in leeftijdscategorieën, maar ook de standpunten die ze innemen ten aanzien van ‘de neurotypical’ (de mens zonder autisme).

Het begrip ‘neurodiversiteit’ kan volgens mij nog wel extra duiding gebruiken. Maar voor nu hou ik het even op hoe Larsen hem wil gebruiken en laat bij het bekijken van de documentaire de diversiteit aan narratieven hun werk doen.