Tagarchief: amygdala

Even wat andere ‘stof’ tot nadenken.

Gelijk de vragen in:
Moeten mensen met autisme ‘open en eerlijk’ over hun gevoelens praten zoals in het artikel van De Morgen gesteld wordt? Zijn we het praten over gevoelens aan het hypen? In hoeverre heeft dat betrekking op de vervrouwelijking van o.m. onderwijs specifiek en onze westerse maatschappij in het algemeen?

Dat de farmaceutische industrie aan autisme een vette kluif verdient is al lang publiek geheim. Dat ze daarvoor ook relaties aangaat met bepaalde psychiatrische verenigingen weten we sinds viertal jaren geleden ook door psychiaters die uit de biecht spraken.
Het gebruik van psychogene (geestverruimende) drugs kennen we dan weer uit psychoanalytische benaderingen. Zo werd LSD een van hun toppers in de jaren zestig van de vorige eeuw.
In het onderzoek staat dat er ‘noodzaak is aan nieuwe farmacologische benaderingen voor autisme’. Wie creëert die noodzaak? Toegegeven dat een groot deel van ‘ons’ ook een hele boelen pillen ‘popt’ – zoals men dat placht te zeggen – maar is dat omdat het daadwerkelijk nodig is of omdat ook artsen daarmee aan komen zetten. En in hoeverre besmetten we elkaar daarin? Wat is hiervan de erfenis van de psychoanalyse?

Verder valt het me op dat men MDMA gaat toedienen omdat het pre-synaptische hormonen waaronder serotonine doet vrijkomen. Met beroept zich ook op eerdere studies waarbij conclusies als ‘mensen met een tekort aan empathie, hebben tevens een tekort aan serotonine’ uit de bus kwamen. Datzelfde MDMA doet ook dopamine vrijkomen en daarvan weten we ook dat mensen die een overschot aan dopamine in het brein hebben inderdaad minder geremd zijn. Dan is er de fameuze amygdala, die regelt in onze hersenen mee onze emoties. Ook studies over beschadigingen aan de amygdala werden naar boven getrokken.
Nu is het zelfs zo dat een bepaalde groep die én een beschadiging in de amygdala hebben én waarbij hun beloningscentrum in de hersenen om dopamine blijft vragen een erg gewelddadig gedrag stelt ten gevolge van die combinatie.

Ik heb dan ook meteen de volgende vragen: hoe tegenstrijdig is het dat aan de ene kant studies gewag maken van tekorten in het empatisch vermogen van mensen met autisme en ze daardoor ongeremd zijn in hun sociaal gedrag naar anderen? Wat als we deze remmingen nog meer gaan opheffen?
Zou het ook kunnen dat mensen met autisme individuele persoonlijkheden hebben en dat de ene wat moeilijker ‘over zijn gevoelens praat dan de andere’? Utah Frith schreef al in haar ‘Sleutel tot het raadsel’ dat er verschillende persoonlijkheidstypes binnen autisme bestaan. Het ene uiterste is teruggetrokken (aloof) het andere uiterste is dan ongeremd (active-but-odd).
Lijken we dan niet precies op echte mensen?

Dat er onderzoek mag en kan gedaan worden naar autisme is een goede zaak. Nieuwe benaderingen en een nieuw denken over autisme juich ik toe. Toch moeten we waakzaam blijven dat we hierdoor niet ontmenselijkt worden.